zaterdag 5 maart 2016

Van wie is dit ei?

Soms worden de proteïnen je in de schoot geworpen. Onderweg naar de supermarkt zie ik een gigantisch ei in het gazon liggen. Gelegd door de grootste grazers die hier wonen. Dit ei is van een soepgans.

Weer terug van de super is er in de verste verte geen gans te zien. Het is een verlaten ei en ik besluit om deze mee te nemen naar huis.

Eenmaal thuis de ei test gedaan: drijft ie in water? Zinkt ie? Het ei gaat keurig op de bodem liggen. Het is een vers ei. Daarna aan twee kanten gebakken om de eventuele aanwezigheid van Salmonella om zeep te helpen.

We hebben ervan gesmuld.

dinsdag 10 november 2015

Bushcraft in de herfst

Vier dagen wonen in een levend schilderij. Esdoorns, haagbeuken en beuken kleuren geel, oranje en rood. Herinneringen komen op aan road trips in Canada met m'n broer.

Vlierbessen ontstelen.

Ik bouw een open hut. De open kant komt op het zuiden, want de wind zit in de westelijke hoek. Ik hoop dat de rook van een vuur dan niet m'n onderkomen in waait. Ook profiteer ik zo van de zon en zie ik misschien 's nachts de maan. Ik kannibaliseer een vervallen hut. Bouwmateriaal en brandhout binnen handbereik. Een luxe.
Een oude hut (links) maak ik een nieuwe (rechts).



Het bos ziet er aantrekkelijk uit. Je ziet nauwelijks meer dat de bomen ooit in rijtjes zijn geplant. Er groeien verschillende soorten bomen en struiken. Sommige hebben nog takken laag op de stam. Fraai uitgegroeide hazelaars. Een omgevallen vogelkers die gewoon weer verder groeit. En hele grote populieren. Niet de meest ideale boom om een hutje onder te bouwen. Er breken zomaar takken af als het waait. Ik bouw mijn hut uit hun kroonprojectie.

Ik zie ook kwijnende elzen. Ooit geplant als vulhout tijdens de aanleg denk ik. Bijgemengd om het nieuwe plantsoen snel de hoogte in te krijgen want els heeft een snelle jeugdgroei. En door onderlinge concurrentie gaan de andere bomen ook sneller groeien. De nieuwe beplanting kan dan beter de concurrentie aan met de kruiden die ook opkomen na de plantwerkzaamheden. En nu, na jaren, worden de elzen eruit geconcurreerd door de andere bomen.

Ik geef één van de elzen de genadeslag, want ik heb een stevige nokbalk nodig voor mijn hut. Ik kan geen dood hout vinden dat stevig genoeg is om het dak te kunnen dragen. Eigenlijk hoort dit niet: levende bomen omzagen. Maar het is een bewuste keuze, als je weet dat de els hier toch zal verdwijnen. En ik doe het netjes: de boom wordt vlak boven de grond afgezaagd. Het valt nauwelijks op. De bosbouwer heeft er weinig last van als hij hier weer eens met een machine aan de slag gaat.  

Ik bouw de hut tegen een veldesdoorn. De kroon van de boom is een soort paraplu. De bodem is droog.  
Hut, bed, brandhout.

Voor een bed gebruik ik twaalf rechte takken van een hazelaar, ongeveer twee vingers dik. Ik leg ze op twee polsdikke stammen en mijn bed is klaar. 

Het bouwen van de hut is keihard werken. Eerst de oude hut slopen, materialen sorteren, daarna nieuwbouw. Na drie uur staat er een nieuw onderkomen. Met een bed en een flinke stapel brandhout. 

Tijd voor een verkenningsrondje. Even het blikveld verruimen. Ik zie dat er nog genoeg eten te vinden is. Ik pluk appels, rozenbottels, brandnetels en raap hazelnoten. Uit een andere hut (van mij) neem ik een zelfgemaakt rieten slaapmatje mee.
Herfstoogst. Appels, rozenbottels en vlierbessen.

Terug bij m'n hut steek ik het vuur aan. Dit vuur is niet alleen voor de lol. Het is een stuk gereedschap. Ik kook er water mee uit plassen nadat ik het gefilterd heb in een canvas zak. ik kook er m'n eten mee. En het vuur is een lichtbron in de duisternis. Ik heb geen kunstlicht mee.

Als het donker wordt, leg ik stukken brandhout parallel aan elkaar op het vuur. De vlammen kruipen vanzelf naar de uiteinden toe en in korte tijd is er een lang vuur, of een long log fire. Ik besluit te gaan slapen zonder slaapzak. De stapel brandhout aan de andere kant van het vuur reflecteert stralingswarmte mijn kant op. De hut zelf reflecteer ook stralingswarmte. Het is lekker warm geworden! Maar elk half uur moet ik stoken. Rond middernacht heb ik er genoeg van en kruip m'n slaapzak in. Een volgende keer zal ik dikker hout gebruiken als ik het vinden kan.
Een lang vuur geeft veel warmte af.



Later in de nacht word ik wakker. Het is niet meer bewolkt en zie de maan. Ik dommel weer in.

Tweede dag. Ik word wakker bij het eerste licht. Ik blijf nog even liggen. Het is echt stil. Heerlijk stil. Een roodborstje begint te zingen. Wake up call. Ik sta op en eet een kliekje van gisteravond.

Tijd voor een ochtendwandeling. Het licht is mooi. De zon probeert door de wolken te breken en dat lukt deels. Ik loop naar het water en zie een opening in het riet. Hier kan ik straks een zetlijn uitgooien.

Langs de bosrand groeit smeerwortel. Een eetbare- en medicinale plant. Da's mooi, want ik heb kloven in m'n hand, opgelopen tijdens m'n werk vorige week. Ik wrijf de bladeren stuk tussen m'n handen zodat het sap vrijkomt. Er zit allantoïne in en dat versnelt herstel van huidweefsel. Volgens de boekjes. Proberen dus. De bladeren zijn te oud om te kunnen eten.

Op een schuin gewaaide wilg staan jonge, rechte uitlopers. Ik snij ze af om er later een mand van te vlechten. Als ik terug ben bij m'n hut, kook ik rijst met brandneteltoppen als lunch.
Brood bakken. 


's Middags, tijdens een lange wandeling, vind ik m'n eerste wintergroente van hier: veldkers. Later vind ik nog een handvol dauwbramen. Ze geven een sugar boost.

Ik ben eigenlijk best brak. Een lichte hoofdpijn door het oppervlakkig slapen in zo'n eerste nacht. Tegen het eind van de middag duik ik m'n slaapzak in. Ik sla het avondeten over. 's Nachts word ik wakker van de honger en eet wat gedroogd vlees. Het regent nu, maar de hut houdt me droog!

De volgende dag regent het nog steeds. Er komt een soort rust over me. Ik weet dat ik alles goed voor elkaar heb: het onderkomen houdt me droog, er is brandhout en eten. Ik hoef alleen maar drinkwater te regelen. Ik ga er eens lekker de tijd voor nemen. Ik bak een brood van bloem, rozemarijn en wijnsteenzuur (van huis meegenomen natuurlijk!). Met m'n zelfgemaakte kooltjestang haal ik kolen uit het vuur om een geïmproviseerde oven te maken van m'n koekenpan en een doggybowl.

Een mand vlechten.


Na het eten blijf ik bij de hut en ga een mand vlechten, want de regen houdt aan. Tegen het eind van de middag wordt het droog. Even de zetlijn checken. Niets.

Er is veel blad gevallen deze dag. Ze camoufleren m'n hut en maken het dak nog beter waterproof. Ik kook wat rijst en ga dan slapen.

Na een dag bladval valt de hut bijna niet meer op. 

Laatste dag. Het is een mooie ochtend. In monochroom komen de contouren van het bos tevoorschijn. Geleidelijk komen de kleuren. Ik ga er niet op uit, wat ik normaal gesproken graag doe, maar beleef de ochtend vanuit m'n stek. Ik zou teveel een stoorzender zijn. Ik zie de laatste sterren en de opkomende zon. Ik blijf ongeveer een uur bij m'n hut, alles om me heen opnemend.

Ik eet een restje van gisteravond en ga aan de wandel. De nevel is bewolking geworden waar de zon doorheen prikt. De kleuren zijn mooi, vooral ook na die grijze dag van gisteren. Ik ga eens een andere kant op en ontdek appelbomen en notenbomen met reusachtige walnoten! De appels zijn rauw niet te vreten maar ik neem ze mee. De walnoten zijn lekker. Ik wandel langzaam en neem alles in me op. Vanmiddag wil ik een feestmaal maken met zelfgebakken brood, geroosterde hazelnoten, appelmoes en een sapje van rozenbottels, vlier en sleedoorn. Daarna weer naar huis.

Water filteren met een canvas zak; daarna nog even koken om het drinkbaar te maken.



Herfstoogst: walnoten en nog meer appels.
Hazelnoten poffen in heet zand.
Een voorraad aanmaakhout op een droge plek.
Vruchtensap maken. 
Vuur maken. Een gestructureerde aanpak voorkomt teleurstelling.
Terug naar huis.

vrijdag 18 september 2015

Een golfplaat maken

Een waterdichte golfplaat kun je makkelijk zelf maken met stengels van reuzenberenklauw. Gebruik alleen de afgestorven, uitgedroogde stengel! Zou je een verse stengels gebruiken dan kan het sap van de plant op de huid een fototoxische reactie geven. In gewoon Nederlands: je krijgt een brandblaar. Uitgedroogde stengels kun je prima hanteren.

De stengel is verrassend makkelijk en snel in de lengte door te zagen. Het is net karton. Leg de doorgezaagde stengels vervolgens om en om op elkaar (zie bovenste foto).

Een schuin afdak dat als onderkomen gebruikt kan worden behoort tot de mogelijkheden. Staat op m'n to do list!

Schroom niet om de reuzenberenklauw te gebruiken. Het is een ongewenste exoot en wordt (soms) actief bestreden door grondeigenaren en natuurbeheerders.

De stengel heeft nog meer toepassingen. Je kan er bijvoorbeeld een waterfilter van maken. Zie ander artikel in dit blog: waterfilter-maken-van-reuzenberenklauw.html.

Een zelfgemaakte golfplaat van doorgezaagde stengels van reuzenberenklauw.


De afzonderlijke stengels fixeren tot één geheel: de voorkant.
















De afzonderlijke stengels fixeren tot één geheel: de zijkant.





vrijdag 24 juli 2015

Meurende schoenen

Je kent het misschien wel. Meurende schoenen. Dit gebeurt makkelijk als je een week of meer in dezelfde schoenen loopt. Een effectieve manier om hier van af te komen is een paar jonge takjes van een Douglasspar onder je inlegzolen te stoppen. De naalden van deze spar zijn relatief zacht, ze hebben geen scherpe punten zoals een fijnspar of een Sitkaspar.

Douglasspar is antiseptisch. Dat wil zeggen; het het gaat de groei van micro-organismen tegen. Want micro-organismen veroorzaken waarschijnlijk die nare geur in je schoenen.

Douglasspar heeft meer mogelijkheden. Van de takken van Douglasspar kun je een prima bed bouwen. Zie ander artikel in dit blog: bed-van-sparrentakken-maken.html.

Van de hars van Douglasspar kun je wondpleister maken. Zie ander artikel in dit blog: pleister-van-hars.html.

Van jonge takjes Douglasspar kun je prima thee zetten. Water aan de kook brengen. Van het vuur afhalen. Takjes van Douglasspar erbij en laten trekken. Lekker en ook gezond want er zit iets van vitamine C in.

Ik leg graag een paar takken Douglasspar onder m'n hoofdeinde als ik in het bos slaap. De geur heeft een soort kalmerend effect. Prettig in slaap vallen dus.

Schoen met inlegzool en takjes Douglasspar.

maandag 29 juni 2015

Cottonwood

Heel even waande ik mij in mystery land. Geen harde muziek, wel mysterie. Ligt er sneeuw of doet de boswachter een experiment met vloeibare stikstof?

Dichterbij zie ik dat het pluis is. Thuis maar eens googlen. Vermoedelijk van een Populus tremuloides of quaking aspen: de Amerikaanse tegenhanger van onze ratelpopulier Populus tremula.

Je kan dit pluis gebruiken als een kooltjesvergroter bij het maken van vuur met vuurboog, handboor of vuurslag. Het gaat makkelijk gloeien. Leg het pluis in een prop droog gras en leg daar dan het kooltje dat je gemaakt bovenop. Het pluis gaat gloeien en wordt onderdeel van de kool. Het pluis zorgt er ook voor dat je kooltje beter bij elkaar blijft tijdens het aanblazen van de prop van gras.

De bodem is helemaal bedekt met pluis van populier.












Een handvol pluis van populier.



















Bladeren van de Amerikaanse ratelpopulier.
Een gloeiende kool aanblazen tot vuur.

woensdag 10 juni 2015

Hazelworm

In het bos in de buurt is een mountainbike route aangelegd. Met zoon van bijna vijf ga ik hier regelmatig naar toe. We nemen zijn fietsje mee en volgen dan het parcours in tegengestelde richting. Zo zien we de MTB'ers op tijd aankomen. Ik roep dan "Coen aan de kant!" en dat doet hij dan prompt. We laten de mountainbiker(s) passeren en krijgen een knikje, een lach of een groet.

Het paadje voor de mountainbikers is inmiddels goed ingereden. Er is licht gekleurd zand tevoorschijn gekomen. Hazelwormen houden er kennelijk ook van want over een traject van pakweg twee kilometer vonden we vijf lijkjes.
Eén van de vijf dode hazelwormen die we vonden op een mountainbike route.  



zondag 5 april 2015

Reisverslag: met Pasen naar de hut deel 2

In de namiddag kom ik aan. Prioriteit één: brandhout regelen. Er staat veel jonge beuk met dood hout op plukhoogte. The best in business. Droog, makkelijk te krijgen en het brandt goed. Beukenhout heeft een hoge calorische waarde. Een armvol takken en twee polsdikke stammen is genoeg.

Mijn hutje in het bos.
Prioriteit twee: water halen. Op naar de tap. Dit is een sloot die alleen in het voorjaar stroomt. De sloot watert alleen een stuk bos af, voor zover ik dat kan nagaan (zie voor dit soort zaken de legger van het waterschap). Ik ga er vanuit dat er geen troep in zit zoals resten van bestrijdingsmiddelen of afvaldumpingen.

In mijn zoektocht naar brandhout en drinkwater verzamel ik groente. Ik ben benieuwd wat er nu aan eetbaars te vinden is. Ik vind smeerwortel, kleefkruid en klis. De wortels van de klis zijn - wonder boven wonder - makkelijk op te graven. Twee jaar geleden was ik hier behoorlijk aan het hakken met mijn graafstok (zie ander artikel in dit blog: vijf-dagen-leven-van-het-land.html) om de wortels te krijgen. Misschien is de grond losser geworden door mijn gewroet van toen. Ik bedenk me dat ik een boer geworden ben. Niet een boer die zaait. Een boer die het land bewerkt en de oogst oogst binnen haalt.

Onderweg naar de watertap vind ik kleefkruid, smeerwortel en klis(wortel).
Bij een kampeerterreintje vind ik een bataat. Achtergelaten door een argeloze kampeerder. De bataat gaat mee. Misschien kan ik er iets mee.

Het is avond, het wordt donker, ik steek het vuur aan. Het water is aan de kook. Tijd om de tortillas te maken. Hoe? Meel (bloem) en water mengen en dit deeg zo dun mogelijk aanstampen met je vuisten. Daarna kort verhitten in de koekenpan. Dan de vulling erop: makreel (uit blik), en de vooraf gekookte smeerwortel, kleefkruid en klis. Prima te eten! En dan komt de slaap.

Als het donker wordt maak ik gevulde tortillas. 
De volgende ochtend vroeg uit de veren. Ik weet niet hoe laat want ik kijk niet op de klok. Het voelt niet goed om in deze omgeving met seconden, minuten en uren bezig te zijn. De natuur bepaalt mijn ritme. Ik zie de sterren en de maan. Ik weet dat het vroeg is maar het is al aan het lichten. Het is ochtend. Dat is voldoende.

Ik ga er op uit en kom van alles tegen. Drie damherten in de ochtendzon. Het lukt om een snapshot te maken. Een nietsvermoedende reebok die z'n territorium markeert; hoefgeschraap en kopwrijven tegen jonge boompjes; wat een venijn! Mooi om dit eens van dichtbij te zien. Meestal heeft het ree jou eerder door dan andersom. Ik wacht een poos voordat ik verder ga. Ik laat de bok z'n gang gaan. Ik wil hem niet verstoren.
De volgende ochtend: damherten tijdens een wandeling.


Terug bij de hut steek ik het vuur aan om een ontijt te maken. Ik kook de bataat met wat brandneteltoppen. Dit is mijn ontbijt. Het smaakt goed.

Ik doe een test. Het is een alternatief voor sokken. Voetlappen (hydrofiele luiers). Ze blijven goed zitten tijdens de wandeling terug naar de auto. En met 27 kilo op de rug want ik neem klei mee voor de plantjes thuis.

De zon komt op. Misschien wel het mooiste moment van een dag.

Een testje. Blijven voetlappen net zo goed zitten als sokken? 



Meidoorn loopt uit. Nu het allerlekkerst. 










donderdag 8 januari 2015

Workshop wilde planten 2016

Soms leef ik een week van het land. Ik woon in een zelfgebouwde hut of onder een tarp midden in de natuur. De spullen die ik meeneem passen in een rugzak van 35 liter. Het eten dat ik meeneem? Een bekertje rijst en een bekertje gedroogd vlees is voldoende. De rest haal ik uit de natuur. Dit zijn vooral wilde planten.

Voor een verslag van het leven van het land lees eens deze artikelen in mijn blog:

vijf-dagen-leven-van-het-land.html

bushcraft-in-de-herfst.html

Afzien? Absoluut niet. Het maakt je scherp op je omgeving. Wat kan ik gebruiken om m'n comfort te verhogen? Wat kan ik eten?

Heb jij zin om dit eens een dag met mij te ervaren en iets te leren over wilde planten, meld je dan aan voor deze workshop. 

Inhoud: 
  • herkennen en gebruik van planten, struiken, bomen en een enkele paddenstoel
  • ongeveer 30 soorten
  • eetbaar, giftig, gereedschap, medicijn, hygiëne, onderdak en vuur
  • nadruk ligt op voedsel
  • lunch zoeken we ter plekke: het seizoen bepaalt ons menu
  • geen gesmokkel met meegebrachte smaakmakers als pesto, bouillonblokjes, stukjes worst etc. 
  • voorwerp(en) maken: bijvoorbeeld touw of een blaaspijp (voor het aanwakkeren van een vuur)
  • van 9.00 tot 16.00
  • omgeving Zeewolde
  • 45,- euro
  • minimaal 4 personen, maximaal 10 personen 
Datum:
  • 10 september (nog 6 plekken beschikbaar).
Aanmelden? Klik hier.

Wat meenemen? Klik hier.


Reactie deelnemer: "Wat een eye opener. Ik wist niet dat er op zo'n korte afstand zoveel eetbaars te vinden is".

Reactie deelnemer: "Basic. Precies hoe ik me de workshop had voorgesteld".

Voor een recensie van deze workshop verwijs ik graag naar dit artikel in het blog van een deelnemer.


Theorie.
Voorwerpen maken.
Koolhydraten.
Nog meer koolhydraten. 

zondag 4 januari 2015

Bushcraft: boog bouwen

Wat is het moeilijkste van buiten leven? Je eten regelen. Een onderkomen is zo gemaakt, water is makkelijk drinkbaar te maken en een vuur is zo aan. En ik wil niet naar de supermarkt als ik eenmaal in de natuur zit.

Wat is de makkelijkste manier om eten te scoren? Plantjes. Ze lopen niet weg als jij aan komt lopen. Maar nu, in de winter, zijn er weinig plantjes te vinden. En we willen energie. Het is koud.

Orion, de jager, staat prominent in het firmament. Wat gaan we doen? Jagen met pijl en boog. Niet echt want dat mag niet van de wet. Terecht!

Hoe? We hebben ons laten inspireren door een artikel van Jim Allen, The 30 Minute Bow (is op internet te vinden). Een boog bouwen in 30 minuten dus. Ons principe is, is dat je jezelf moet kunnen redden als je buiten bent. Een effectieve pijl en boog kunnen maken hoort daar bij vinden wij.

Vol goede moed aan de slag. Geschikt dood hout zoeken. Alles wat we vinden breekt af als luciferhout als we het buigen: es, eik, esdoorn, hazelaar, populier. We zijn een volle middag aan het zoeken.

De volgende ochtend, tijdens het ontbijt, krijg ik een ingeving. Ik weet een dode iep te staan. We gaan er op af en zagen een tak af. De tak breekt niet! Hoopvol gaan we aan de slag. Het dikke uiteinde versmallen totdat de doorbuiging van de boog op beide helften gelijk is. De tak breekt alsnog. Te dik. Leermomentje.

Twee maanden later zoeken we de iep weer op en zagen er twee takken af. We schrapen de bast af en snijden het dikke eind bij aan de buikzijde totdat de doorbuiging in beide uiteinden ongeveer hetzelfde is. Van een stuk plastic touw maken we een boogpees. En van een hazelaartak een pijl die we voorzien van veren of een blad van een tamme kastanje.

Schieten! Het valt tegen.

Wat een pretenties! We hebben allebei nog nooit eerder een boog gemaakt. Wel hebben we een keer een pijl gefabriceerd. En dan zouden we het kunstje eens flikken in een paar dagen tijd?

In ieder geval genoeg stof om op verder te studeren.

  • J. en ik hebben dit project in twee etappes uitgevoerd, met tussenpozen van twee maanden, in een outdoor context.  
  • Tijdens de uitvoering leefden we in stuk of wat dagen in een hut (zie ander artikel in dit blog: lean-to-van-natuurlijk-materiaal.html) in een afgelegen stuk bos in Nederland. 
J. test zijn boog op de schietbaan.

Eitje bakken in de schil van een grapefruit.  


zondag 16 november 2014

Bushcraft: met kind van vier

In maart gingen wij wekelijks naar naar het bos. Ik had toen full time papadag. Een vaste routine ontstond snel. Eerst spelen in het speelbos, dan naar de hut (zie ander artikel in dit blog: lean-to-van-natuurlijk-materiaal.html), dan naar het kampeerterreintje.

Tijdens onze tocht wijs ik hem van alles aan. Gaatjes in de grond... wat zou daar in zitten? Ik roep "Hé hallo? Is er iemand thuis?..." Niemand doet open. Ik zeg dat er muizen wonen. Ik laat hem ook de keuteltjes zien. Hij vindt het leuk.

Hij baalt ervan dat de bomen stuk zijn. Er liggen een paar dikke, omgewaaide bomen op de grond. "Waarom liggen die bomen op de grond papa?" Nu maar iets vertellen over leven en dood.

Hij imiteert mijn gedrag. Onderweg naar de hut passeren we jonge beukenbomen met dood hout op pluk hoogte. Ik neem een armvol mee. Later zie ik hem dode houtjes plukken uit de bomen. "Kijk papa, voor het vuur."

Bij de hut: vuurtje stoken, worstjes bakken en rijst koken. Hij pakt zo'n lange pothaak en gaat er bladeren mee harken. Hij prikt ondertussen door het dak van de hut. Ik onderdruk een vloek en probeer duidelijk te maken dat dat niet de bedoeling is.

Vervolgens naar het kampeerterreintje waar een hele grote interessante schep staat! Hij maak kennis met de brandnetels als hij brandweerman Sam speelt die aan het abseilen is. Papa doet er wel een beetje weegbree op. "Gaat het weer jongen?" "Ja hoor papa".

We zijn bijna een dag in het bos. We vertrekken in de ochtend en zijn eind van de middag weer thuis. We hebben een toptijd.

Ik heb een toptijd.

vrijdag 26 september 2014

Bushcraft: bed van takken maken

Met alleen je handen als gereedschap kun makkelijk een bed van takken maken. Een takkenbed isoleert jou goed tegen kou van de grond.

Grond is meestal vochtig. Dat vocht voert warmte ongeveer 25 keer sneller af dan lucht. Je moet dus zorgen dat er lucht zit tussen jouw en de grond. Daarnaast is het belangrijk dat deze lucht niet kan ontsnappen of circuleren. Je wil niet dat deze door jouw opgewarmde lucht verdwijnt door tocht. Er komt dan namelijk nieuwe, koude lucht voor in de plaats; weg is je warmte.

Een hazelaar met rechte takken: geschikt voor een bed.
Hoe bouw je zo'n bed? Kijk eens om je heen. Wat kun je gebruiken als bouwmateriaal? Ik zie een dode hazelaar. Bingo! Bijkomend voordeel: hazelaar heeft rechte takken. Dat ligt wel zo fijn.

Leg twee dikke stammen naast elkaar. Vul de ruimte tussen de twee stammen met dunnere takken. De stammen zorgen ervoor dat de dunnere takken op hun plaats blijven liggen.

Wat betreft comfort vind ik een bed van sparrentakken aangenamer. Veert lekker! Zie hiervoor een ander artikel in dit blog: bed-van-sparrentakken-maken.html.

Bed van takken.

woensdag 24 september 2014

Wilde dieren: voorpoten das

Deze das lag op de weg. Aangereden. Arm dier. Maar wel een kans om die voorpoten eens goed te bekijken. Indrukwekkend!

Dank je Eva.


woensdag 20 augustus 2014

Leven van het land: reuzenbovist

Coen en ik gingen voor de bramen. Maar we kwamen thuis met twee reuzenpaddo's (en een bakje bramen). En nu? Ik moest denken aan het filmpje van Monty Python: Spam (typ in op google).

Een deel hangt inmiddels te drogen aan de waslijn en ben nu op zoek naar recepten voor de rest. Waarschijnlijk gaan we de hele week paddenstoelen eten.

Wat heb je nodig? Dun nylontouw van ongeveer 70 cm. (het binnenste van paracord bijvoorbeeld), een stopnaald, twee wasknijpers, een waslijn binnenshuis en een waslijn buitenshuis.

Hoe? Snij de paddenstoelen zo dun mogelijk. Rijg ze aan het touwtje van ongeveer 70 cm lang. Is het draadje vol maak dan twee lussen aan het uiteinde. Steek de wasknijpers erin en hang het geheel buiten aan de waslijn.

Hou het weer in de gaten. Gaat het regenen dan hang je het touwtje snel binnen. Omdat het touwtje kort is kun je dit makkelijk in horizontale stand verplaatsen; de plakjes paddenstoel waar onderling ruimte tussen zit blijven goed op hun plek zitten. Ze drogen dan beter.

Na een dag of vijf zijn de paddenstoelen redelijk goed gedroogd. Maar dit hangt natuurlijk helemaal van het weer af.

Coen met een reuzenbovist. 




























Reuzenbovist in plakken gesneden en opgehangen om te drogen. Links: na één dag buiten zie je volumeafname. Het vocht verdampt. Rechts: een nieuwe batch. 

vrijdag 25 juli 2014

Reisverslag: een nacht op het Wapserveld

Het is druk onderweg. Veel fietsers. Ik sla een zandpad in en weg is iedereen. In het bos kom ik niemand meer tegen.

Op zoek naar een slaapplek. Bij voorkeur met een briesje want er zijn veel muggen. Dat stuk beukenbos daar langs de hei? Of verderop bij dat bankje? Ik loop nog wat paadjes af en vind een mooi strubbenbos. Daar ga ik slapen. Bivakzak met inhoud leg ik klaar voor de nacht. Een tarp is niet nodig.

Slaapplaats in het bos. 
















De omgeving verkennen. Veel verjonging van fijnspar. Ik zie een mooi, oud exemplaar waar je zo onder zou kunnen slapen. Maar nu niet. Verderop, lang de rand van het bos, zie ik een primitief bouwsel van takken. Een oud hutje. Eens kijken. Wat een prachtplek; uitzicht over hei met twee vennetjes. Ik ga verhuizen.

Nieuwe slaapplek langs de bosrand. Naast een oud hutje.  
















Snel ben ik weer gesetteld en ga de andere kant verkennen. Die fles met 1,5 liter water is er al bijna doorheen. Meestal is de helft voldoende voor zo'n kort avontuur maar met dit warme weer dus niet. Misschien vind ik onderweg water en misschien wat extra's om te eten. Ik scan grasachtige plekken onder eik op eekhoorntjesbrood. Maar helaas. De grond zal nog te droog zijn ondanks de buien van laatst. Geen water gevonden, tijd om terug te gaan.

Met stevige trek kom ik aan bij m'n stek. Om de muggen af te weren wrijf ik mijn huid in met bladeren van duizendblad. Ik heb het idee dat het wat helpt. Ik eet mijn diner. Een meegebracht stuk bannock wrap met een kliekje erin. Een boom is mijn rugleuning. In de verte zie ik een groep kraanvogels de landing inzetten. Ik denk dat het kraanvogels zijn want het ging erg snel.

Ik zie verder niets dan landschap en natuur en hoor alleen de wind en de vogels. Ik voel me de rijkste man ter wereld. De schemer kleurt alles grijs. Tijd om erin te duiken.

Ik slaap slecht want ik ben alert. Er sjokken grote grazers rond. Ik heb hun drollen gezien. Sommige waren vers. Ze moeten in de buurt zijn. Met dit soort hersenspinsels hou ik mezelf een tijd wakker. En dan de hitte. Ik heb een slaapzak met ingebouwd muskietennet. Je moet dan wel de capuchon over je hoofd trekken. Ik zweet me kapot.

Zicht op het Wapserveld.




In de hele vroege ochtend hoor ik getrappel van hoeven. Ik denk: daar zijn ze dan. De grote grazers. Ik roep wat en dan begint heel dichtbij een ree te blaffen. Het ree gaat er al blaffend vandoor. Mijn nekharen staan overeind. Met het gezoem van nachtzwaluwen dommel ik weer in.

Niets mooiers dan de dag tot leven te zien komen. Net voordat de zon opkomt begint het te waaien. De muggen waaien weg.

Ik heb een ontzettend droge mond. M'n water is op. Weet je wat? Ik ga naar dat ven om te tanken. Met een stok in de hand manoeuvreer ik van graspol naar graspol om bij het zwart gekleurde water te komen. De stok wordt een hengel en met de pan eraan tap ik water. De hoes van de pan, gemaakt van een oude linnen broek, filtert het water grof. Je kan natuurlijk ook een waterfilter improviseren: zie ander artikel in dit blog: waterfilter-maken-van-reuzenberenklauw.html. Met het gefilterd water kook ik een waterig ontbijt van rijst en zevenblad.
Met het opberghoesje van het kookpotje improviseer ik een grof waterfilter.   

















Tijd om terug te gaan. Onderweg naar de auto zie ik een vos en hoor ik de wielewaal. Het was een fijne tijd op het Wapserveld.