zaterdag 12 november 2016

Workshop wilde planten 2017

Soms leef ik een week van het land. Ik woon in een zelfgebouwde hut of onder een tarp midden in de natuur. De spullen die ik meeneem passen in een rugzak van 35 liter. Het eten dat ik meeneem? Een bekertje rijst en een bekertje gedroogd vlees is voldoende. De rest haal ik uit de natuur. Dit zijn vooral wilde planten.

Voor een verslag van het leven van het land lees eens deze artikelen in mijn blog:

vijf-dagen-leven-van-het-land.html

bushcraft-in-de-herfst.html

Afzien? Absoluut niet. Het maakt je scherp op je omgeving. Wat kan ik gebruiken om m'n comfort te verhogen? Wat kan ik eten?

Heb jij zin om dit eens een dag met mij te ervaren en iets te leren over wilde planten, meld je dan aan voor deze workshop. 

Inhoud: 
  • herkennen en gebruik van planten, struiken, bomen en een enkele paddenstoel
  • ongeveer 30 soorten
  • eetbaar, giftig, gereedschap, medicijn, hygiëne, onderdak en vuur
  • nadruk ligt op voedsel
  • lunch zoeken we ter plekke: het seizoen bepaalt ons menu
  • geen gesmokkel met meegebrachte smaakmakers als pesto, bouillonblokjes, stukjes worst etc. 
  • voorwerp(en) maken: bijvoorbeeld touw of een blaaspijp (voor het aanwakkeren van een vuur)
  • van 9.00 tot 16.00
  • omgeving Zeewolde
  • 45,- euro
  • minimaal 4 personen, maximaal 10 personen 
Datum:
  • 13 mei 2017 
  • 2 september 2017
Aanmelden? Klik hier.

Wat meenemen? Klik hier.


Reactie deelnemer: "Wat een eye opener. Ik wist niet dat er op zo'n korte afstand zoveel eetbaars te vinden is".

Reactie deelnemer: "Basic. Precies hoe ik me de workshop had voorgesteld".

Voor een recensie van deze workshop verwijs ik graag naar dit artikel in het blog van een deelnemer.


Theorie.
Aan het werk. 
Wortel van lisdodde geroosterd op hete kolen. 
Klis wortel opgraven.    

Bushcraft: potje maken van berkenbast

Van berkenbast kun je een potje maken. Soms vind je zomaar een stuk bast van een dode boom. Sloop geen levende bomen! Dat hoort niet.
  • Snij eventueel de boven- en onderkant recht. 
  • Snij de pijlpunten aan de bast en maak twee openingen waar deze punten straks in kunnen. 
  • Buig de bast om en steek de pijlpunten in de openingen. 
  • Gebruik afgezaagde plakken van een stammetje op de grond als bodem en deksel. 
Berkenbast met twee openingen (rode pijlen) en twee gesneden punten. Buig de berkenbast en steek de punten in de openingen. Klaar. 

Voltooide container van berkenbast. 

vrijdag 11 november 2016

Maak zelf een brander

Een brander om op te koken maak je van twee conservenblikken. Met een Zwitsers zakmes waar de functie blikopener op zit is dit zo gepiept. Deze brander heeft een dubbele wand zodat houtgas optimaal wordt verbrandt.

Voordelen

  • Onafhankelijk. Je stookt kleine stukjes hout. Geen Coleman Fuel, Campingaz, Esbit of wat dan ook meer nodig. 
  • Ruimtebesparend. De brander past in een kookpannetje type billycan. 
  • Licht van gewicht. De brander weegt ongeveer 125 gram.
  • Duurzaam. Geen fossiele brandstof nodig tijdens de fabricage. Geen fossiele brandstof nodig tijdens het stoken. De brander is gemaakt van een restproduct (conservenblikken). 

    De brander in actie.  

Nadelen

  • De brander kan snel roesten.

Aan de slag

Koop een blik bruine bonen zonder treklip en een blik ananas met treklip (zie foto). Er zijn andere mogelijkheden maar met deze ingrediënten + een ui maak je een handomdraai een eenvoudig, voedzaam en lekker gerecht. Je zou dit gerecht zo uit je rugzak kunnen bereiden op je pas in elkaar gezette brander. Onderaan vind je het recept.


Het zakmes moet een type blikopener hebben zoals van het blauwe mes (zie foto). Het type blikopener van het grijze mes werkt niet goed voor het maken van deze brander.

Hoe werkt zo'n blikopener eigenlijk? Zet de "bek" onder de rand van het blik en hefboom de "snuit", waar een scherpe rand op zit, in het blik. Je snijdt het blik zo open.


1. Haal het papier van de blikken (tondel).
2. Zet het ananasblik op het bruinebonenblik.
3. Markeer de "footprint" van het ananasblik op het bruinebonenblik (houtskool, stift, mentaal).
4. Duw de blikopener in de "footprint" en snij rondom het deksel af. Dit is een lastig klusje omdat je niet kunt hefbomen. Hou controle op je mes, neem eventueel pauzes.
5. Verwijder de inhoud van het bruinebonenblik en spoel deze schoon. 
6. Snij gaten aan de zijkant onderaan in het bruinebonenblik (hefbomen langs rand).
De deksel van bruinebonenblik verwijderen.

Het bruinebonenblik na stap 1-6.
7. Trek de deksel van het ananasblik en verwijder de inhoud.
8. Snij gaten aan de zijkant onderaan in het ananasblik (hefbomen langs rand).
9. Snij gaten aan de onderzijde van het ananasblik en vergroot deze door de "snuit" van de blikopener rond te draaien, deze gaten moeten zo groot mogelijk zijn.
Het ananasblik na stap 7-9.

10) Druk het ananasblik in het bruinebonenblik.
De brander is klaar.

Problemen oplossen

Het ananasblik past niet in het bruinebonenblik
Je hebt niet secuur gewerkt. Soms lukt het om het ananasblik er toch in te krijgen. Zet het ananasblik op het bruine bonenblik en leg er een plak van een stam of een plank bovenop. Sla het er subtiel in met een steen of een hamer. Pas op dat het blik niet vervormt. Je kan eventueel eerst met de blikopener kleine keepjes maken in het resterende stukje deksel van het bruinebonenblik.

Veel rook, weinig vuur
De verbranding is niet goed. Denk hier aan: vuur moet lucht hebben. Vuur brandt het beste als er lucht van onderaf wordt aangevoerd want door de hitte van de vlammen ontstaat een verticale luchtstroom. Zorg er dus voor de er van onderaf voldoende lucht bij kan. Vergroot de gaten onderin het bruine bonenblik. Steek de "snuit" van de blikopener in een gat en draai het mes als een schroevendraaier. Verder: gebruik droog hout. Vochtig hout brandt slecht (er gaat veel energie zitten in het verdampen van vocht uit het hout). Neem altijd een voorraadje "starthout" mee in een tondeltas.

Hints

  • De brander past in een zelfgebouwde kookpan (een voorraadbus van RVS met een hengsel van een oude plastic emmer erop) met diameter 11.5 centimeter en hoogte 15 centimeter. Een stoffen hoes om de brander voorkomt gerammel van de pan/branderset in je rugzak. 
  • Gebruik een zelfgemaakte pothaak om de kookpan boven de brander te hangen. 
  • Stop alvast droge tondel in de brander, je bent dan klaar voor de start. 
  • Maak een tondelzak voor in je rugzak. Doe er droge houtjes in, papier, berkenschors etc.  

Recept: bruine bonen met ananas en ui

  • Doe (een deel van) het ananassap in de pan. 
  • Snipper de ui erbij.
  • Hang de pan boven het vuur en laat de ui zacht worden.
  • Doe de bonen erbij en warm het op. 
  • Snij de ananasschijven in stukken. 
  • Als de bonen warm/heet zijn de ananasstukken erbij doen. 
  • Kort doorwarmen. 
  • Klaar. Eet smakelijk.

maandag 11 april 2016

Hou het simpel: kampkeuken

Kamperen met Coen. Er staat een harde wind. Ter plekke improviseer ik een eenvoudige kampkeuken.

We gebruiken drie windschermen: de tent, een pallet en een opvouwbaar scherm van metaal.

Aan een tak, die ik in de pallet steek, hangt een verstelbare pothaak voor een pan om water in te koken. Op drie in de grond geprikte stokken, naast de bushcooker (zelf gemaakt van conservenblikken), kan de koekenpan staan.

Een laagje zand onder de bushcooker voorkomt schroeiplekken in het gras.

Klaar om te koken!
Zelf een keukenopstelling improviseren. 

zaterdag 5 maart 2016

Van wie is dit ei?

Soms worden de proteïnen je in de schoot geworpen. Onderweg naar de supermarkt zie ik een joekel in het gazon liggen. Gelegd door de grootste grazers van de buurt. Een ei van een soepgans.

Terug van de super is in de verste verte geen gans te zien. Dit ei is verlaten en ik besluit om deze mee te nemen naar huis.

Eenmaal thuis de ei test: drijft of zinkt deze in water? Het ei gaat keurig op de bodem liggen. Het is vers. Daarna goed gebakken in de pan om eventuele aanwezigheid van Salmonella om zeep te helpen.

We hebben ervan gesmuld.

Een giga ei van een soepgans.

dinsdag 10 november 2015

Bushcraft in de herfst

Vier dagen wonen in een levend schilderij. Esdoorns, haagbeuken en beuken kleuren geel, oranje en rood. Herinneringen komen op aan road trips in Canada met m'n broer.

Vlierbessen ontstelen.

Ik bouw een open hut. De open kant komt op het zuiden, want de wind zit in de westelijke hoek. Ik hoop dat de rook van een vuur dan niet m'n onderkomen in waait. Ook profiteer ik zo van de zon en zie ik misschien 's nachts de maan. Ik kannibaliseer een vervallen hut. Bouwmateriaal en brandhout binnen handbereik. Een luxe.
Van een oude hut (links) maak ik een nieuwe (rechts).



Het bos ziet er aantrekkelijk uit. Je ziet nauwelijks meer dat de bomen ooit in rijtjes zijn geplant. Er groeien verschillende soorten bomen en struiken. Sommige hebben nog takken laag op de stam. Fraai uitgegroeide hazelaars. Een omgevallen vogelkers die gewoon weer verder groeit. En hele grote populieren. Niet de meest ideale boom om een hutje onder te bouwen. Er breken zomaar takken af als het waait. Ik bouw mijn hut uit hun kroonprojectie.

Ik zie ook kwijnende elzen. Ooit geplant als vulhout tijdens de aanleg denk ik. Bijgemengd om het nieuwe plantsoen snel de hoogte in te krijgen want els heeft een snelle jeugdgroei. En door onderlinge concurrentie gaan de andere bomen ook sneller groeien. De nieuwe beplanting kan dan beter de concurrentie aan met de kruiden die ook opkomen na de plantwerkzaamheden. En nu, na jaren, worden de elzen eruit geconcurreerd door de andere bomen.

Ik geef één van de elzen de genadeslag, want ik heb een stevige nokbalk nodig voor mijn hut. Ik kan geen dood hout vinden dat stevig genoeg is om het dak te kunnen dragen. Eigenlijk hoort dit niet: levende bomen omzagen. Maar het is een bewuste keuze, als je weet dat de els hier toch zal verdwijnen. En ik doe het netjes: de boom wordt vlak boven de grond afgezaagd. Het valt nauwelijks op. De bosbouwer heeft er weinig last van als hij hier weer eens met een machine aan de slag gaat.  

Ik bouw de hut tegen een veldesdoorn. De kroon van de boom is een soort paraplu. De bodem is droog.  
Hut, bed, brandhout.

Voor een bed gebruik ik twaalf rechte takken van een hazelaar, ongeveer twee vingers dik. Ik leg ze op twee polsdikke stammen en mijn bed is klaar. 

Het bouwen van de hut is keihard werken. Eerst de oude hut slopen, materialen sorteren, daarna nieuwbouw. Na drie uur staat er een nieuw onderkomen. Met een bed en een flinke stapel brandhout. 

Tijd voor een verkenningsrondje. Even het blikveld verruimen. Ik zie dat er nog genoeg eten te vinden is. Ik pluk appels, rozenbottels, brandnetels en raap hazelnoten. Uit een andere hut (van mij) neem ik een zelfgemaakt rieten slaapmatje mee.
Herfstoogst. Appels, rozenbottels en vlierbessen.

Terug bij m'n hut steek ik het vuur aan. Dit vuur is niet alleen voor de lol. Het is een stuk gereedschap. Ik kook er water mee uit plassen nadat ik het gefilterd heb in een canvas zak. ik kook er m'n eten mee. En het vuur is een lichtbron in de duisternis. Ik heb geen kunstlicht mee.

Als het donker wordt, leg ik stukken brandhout parallel aan elkaar op het vuur. De vlammen kruipen vanzelf naar de uiteinden toe en in korte tijd is er een lang vuur, of een long log fire. Ik besluit te gaan slapen zonder slaapzak. De stapel brandhout aan de andere kant van het vuur reflecteert stralingswarmte mijn kant op. De hut zelf reflecteer ook stralingswarmte. Het is lekker warm geworden! Maar elk half uur moet ik stoken. Rond middernacht heb ik er genoeg van en kruip m'n slaapzak in. Een volgende keer zal ik dikker hout gebruiken als ik het vinden kan.
Een lang vuur geeft veel warmte af.



Later in de nacht word ik wakker. Het is niet meer bewolkt en zie de maan. Ik dommel weer in.

Tweede dag. Ik word wakker bij het eerste licht. Ik blijf nog even liggen. Het is echt stil. Heerlijk stil. Een roodborstje begint te zingen. Wake up call. Ik sta op en eet een kliekje van gisteravond.

Tijd voor een ochtendwandeling. Het licht is mooi. De zon probeert door de wolken te breken en dat lukt deels. Ik loop naar het water en zie een opening in het riet. Hier kan ik straks een zetlijn uitgooien.

Langs de bosrand groeit smeerwortel. Een eetbare- en medicinale plant. Da's mooi, want ik heb kloven in m'n hand, opgelopen tijdens m'n werk vorige week. Ik wrijf de bladeren stuk tussen m'n handen zodat het sap vrijkomt. Er zit allantoïne in en dat versnelt herstel van huidweefsel. Volgens de boekjes. Proberen dus. De bladeren zijn te oud om te kunnen eten.

Op een schuin gewaaide wilg staan jonge, rechte uitlopers. Ik snij ze af om er later een mand van te vlechten. Als ik terug ben bij m'n hut, kook ik rijst met brandneteltoppen als lunch.
Brood bakken. 


's Middags, tijdens een lange wandeling, vind ik m'n eerste wintergroente van hier: veldkers. Later vind ik nog een handvol dauwbramen. Ze geven een sugar boost.

Ik ben eigenlijk best brak. Een lichte hoofdpijn door het oppervlakkig slapen in zo'n eerste nacht. Tegen het eind van de middag duik ik m'n slaapzak in. Ik sla het avondeten over. 's Nachts word ik wakker van de honger en eet wat gedroogd vlees. Het regent nu, maar de hut houdt me droog!

De volgende dag regent het nog steeds. Er komt een soort rust over me. Ik weet dat ik alles goed voor elkaar heb: het onderkomen houdt me droog, er is brandhout en eten. Ik hoef alleen maar drinkwater te regelen. Ik ga er eens lekker de tijd voor nemen. Ik bak een brood van bloem, rozemarijn en wijnsteenzuur (van huis meegenomen natuurlijk!). Met m'n zelfgemaakte kooltjestang haal ik kolen uit het vuur om een geïmproviseerde oven te maken van m'n koekenpan en een doggybowl.

Een mand vlechten.


Na het eten blijf ik bij de hut en ga een mand vlechten, want de regen houdt aan. Tegen het eind van de middag wordt het droog. Even de zetlijn checken. Niets.

Er is veel blad gevallen deze dag. Ze camoufleren m'n hut en maken het dak nog beter waterproof. Ik kook wat rijst en ga dan slapen.

Na een dag bladval valt de hut bijna niet meer op. 

Laatste dag. Het is een mooie ochtend. In monochroom komen de contouren van het bos tevoorschijn. Geleidelijk komen de kleuren. Ik ga er niet op uit, wat ik normaal gesproken graag doe, maar beleef de ochtend vanuit m'n stek. Ik zou teveel een stoorzender zijn. Ik zie de laatste sterren en de opkomende zon. Ik blijf ongeveer een uur bij m'n hut, alles om me heen opnemend.

Ik eet een restje van gisteravond en ga aan de wandel. De nevel is bewolking geworden waar de zon doorheen prikt. De kleuren zijn mooi, vooral ook na die grijze dag van gisteren. Ik ga eens een andere kant op en ontdek appelbomen en notenbomen met reusachtige walnoten! De appels zijn rauw niet te vreten maar ik neem ze mee. De walnoten zijn lekker. Ik wandel langzaam en neem alles in me op. Vanmiddag wil ik een feestmaal maken met zelfgebakken brood, geroosterde hazelnoten, appelmoes en een sapje van rozenbottels, vlier en sleedoorn. Daarna weer naar huis.

Water filteren met een canvas zak; daarna nog even koken om het drinkbaar te maken.



Herfstoogst: walnoten en nog meer appels.
Hazelnoten poffen in heet zand.
Een voorraad aanmaakhout op een droge plek.
Vruchtensap maken. 
Vuur maken. Een gestructureerde aanpak voorkomt teleurstelling.
Terug naar huis.

vrijdag 18 september 2015

Een golfplaat maken

Een waterdichte golfplaat kun je makkelijk zelf maken met stengels van reuzenberenklauw. Gebruik alleen de afgestorven, uitgedroogde stengel! Zou je een verse stengels gebruiken dan kan het sap van de plant op de huid een fototoxische reactie geven. In gewoon Nederlands: je krijgt een brandblaar. Uitgedroogde stengels kun je prima hanteren.

De stengel is verrassend makkelijk en snel in de lengte door te zagen. Het is net karton. Leg de doorgezaagde stengels vervolgens om en om op elkaar (zie bovenste foto).

Een schuin afdak dat als onderkomen gebruikt kan worden behoort tot de mogelijkheden. Staat op m'n to do list!

Schroom niet om de reuzenberenklauw te gebruiken. Het is een ongewenste exoot en wordt (soms) actief bestreden door grondeigenaren en natuurbeheerders.

De stengel heeft nog meer toepassingen. Je kan er bijvoorbeeld een waterfilter van maken. Zie ander artikel in dit blog: waterfilter-maken-van-reuzenberenklauw.html.

Een zelfgemaakte golfplaat van doorgezaagde stengels van reuzenberenklauw.


De afzonderlijke stengels fixeren tot één geheel: de voorkant.
















De afzonderlijke stengels fixeren tot één geheel: de zijkant.





vrijdag 24 juli 2015

Meurende schoenen

Je kent het misschien wel. Meurende schoenen. Dit gebeurt makkelijk als je een week of meer in dezelfde schoenen loopt. Een effectieve manier om hier van af te komen is een paar jonge takjes van een Douglasspar onder je inlegzolen te stoppen. De naalden van deze spar zijn relatief zacht, ze hebben geen scherpe punten zoals een fijnspar of een Sitkaspar.

Douglasspar is antiseptisch. Dat wil zeggen; het het gaat de groei van micro-organismen tegen. Want micro-organismen veroorzaken waarschijnlijk die nare geur in je schoenen.

Douglasspar heeft meer mogelijkheden. Van de takken van Douglasspar kun je een prima bed bouwen. Zie ander artikel in dit blog: bed-van-sparrentakken-maken.html.

Van de hars van Douglasspar kun je wondpleister maken. Zie ander artikel in dit blog: pleister-van-hars.html.

Van jonge takjes Douglasspar kun je prima thee zetten. Water aan de kook brengen. Van het vuur afhalen. Takjes van Douglasspar erbij en laten trekken. Lekker en ook gezond want er zit iets van vitamine C in.

Ik leg graag een paar takken Douglasspar onder m'n hoofdeinde als ik in het bos slaap. De geur heeft een soort kalmerend effect. Prettig in slaap vallen dus.

Schoen met inlegzool en takjes Douglasspar.

maandag 29 juni 2015

Cottonwood

Heel even waande ik mij in mystery land. Geen harde muziek, wel mysterie. Ligt er sneeuw of doet de boswachter een experiment met vloeibare stikstof?

Dichterbij zie ik dat het pluis is. Thuis maar eens googlen. Vermoedelijk van een Populus tremuloides of quaking aspen: de Amerikaanse tegenhanger van onze ratelpopulier Populus tremula.

Je kan dit pluis gebruiken als een kooltjesvergroter als je vuur maakt met vuurboog, handboor of vuurslag want het gaat makkelijk gloeien. Leg het pluis in een prop droog gras en leg daar het kooltje bovenop. Het pluis gaat gloeien en wordt onderdeel van de kool. Het pluis zorgt er ook voor dat je kooltje beter bij elkaar blijft tijdens het aanblazen van de prop van gras.

De bodem is helemaal bedekt met pluis van populier.












Een handvol pluis van populier.



















Bladeren van de Amerikaanse ratelpopulier.
Een gloeiende kool aanblazen tot vuur.

woensdag 10 juni 2015

Gespot: dode hazelworm

In het bos in de buurt is een mountainbike route aangelegd. Met zoon van bijna vijf ga ik hier regelmatig heen. We nemen zijn fietsje mee en volgen dan het parcours in tegengestelde richting. Zo zien we de MTB'ers op tijd aankomen. Ik roep dan "Coen aan de kant!" en dat doet hij prompt. We laten de mountainbiker(s) passeren en krijgen een knikje, een lach of een groet.

Het paadje voor de mountainbikers is inmiddels goed ingereden. Er is licht gekleurd zand tevoorschijn gekomen. Hazelwormen houden er kennelijk ook van want over een traject van pakweg twee kilometer vonden we vijf dode hazelwormen.
Een dode hazelworm op een mountainbike route.  



zondag 5 april 2015

Reisverslag: met Pasen naar de hut deel 2

In de namiddag kom ik aan. Prioriteit één: brandhout regelen. Er staat veel jonge beuk met dood hout op plukhoogte. Op deze plek: the best in business. Droog, makkelijk te krijgen en het brandt goed. Beukenhout heeft een hoge calorische waarde. Een armvol takken en twee polsdikke stammen is genoeg.

Mijn hutje in het bos.
Prioriteit twee: water halen. Op naar de tap. Dit is een sloot die alleen in het voorjaar stroomt. De sloot watert alleen een stuk bos af, voor zover ik dat kan nagaan (zie voor dit soort zaken de legger van het waterschap). Ik ga er vanuit dat er geen troep in zit zoals resten van bestrijdingsmiddelen of afvaldumpingen.

In mijn zoektocht naar brandhout en drinkwater verzamel ik groente. Ik ben benieuwd wat er nu aan eetbaars te vinden is. Ik vind smeerwortel, kleefkruid en klis. De wortels van de klis zijn - wonder boven wonder - makkelijk op te graven. Twee jaar geleden was ik hier behoorlijk aan het hakken met mijn graafstok (zie ander artikel in dit blog: vijf-dagen-leven-van-het-land.html) om de wortels te krijgen. Misschien is de grond losser geworden door mijn gewroet van toen. Ik bedenk me dat ik een boer geworden ben. Niet een boer die zaait. Een boer die het land bewerkt en de oogst oogst binnen haalt.

Onderweg naar de watertap vind ik kleefkruid, smeerwortel en klis(wortel).
Bij een kampeerterreintje vind ik een bataat. Achtergelaten door een argeloze kampeerder. De bataat gaat mee. Misschien kan ik er iets mee.

Het is avond, het wordt donker, ik steek het vuur aan. Het water is aan de kook. Tijd om de tortillas te maken. Hoe? Meel (bloem) en water mengen en dit deeg zo dun mogelijk aanstampen met je vuisten. Daarna kort verhitten in de koekenpan. Dan de vulling erop: makreel (uit blik), en de vooraf gekookte smeerwortel, kleefkruid en klis. Prima te eten! En dan komt de slaap.

Als het donker wordt maak ik gevulde tortillas. 
De volgende ochtend vroeg uit de veren. Ik weet niet hoe laat want ik kijk niet op de klok. Het voelt niet goed om in deze omgeving met seconden, minuten en uren bezig te zijn. De natuur bepaalt mijn ritme. Ik zie de sterren en de maan. Ik weet dat het vroeg is maar het is al aan het lichten. Het is ochtend. Dat is voldoende.

Ik ga er op uit en kom van alles tegen. Drie damherten in de ochtendzon. Het lukt om een snapshot te maken. Een nietsvermoedende reebok die z'n territorium markeert; hoefgeschraap en kopwrijven tegen jonge boompjes; wat een venijn! Mooi om dit eens van dichtbij te zien. Meestal heeft het ree jou eerder door dan andersom. Ik wacht een poos voordat ik verder ga. Ik laat de bok z'n gang gaan. Ik wil hem niet verstoren.
De volgende ochtend: damherten tijdens een wandeling.


Terug bij de hut steek ik het vuur aan om een ontijt te maken. Ik kook de bataat met wat brandneteltoppen. Dit is mijn ontbijt. Het smaakt goed.

Ik doe een test. Het is een alternatief voor sokken. Voetlappen (hydrofiele luiers). Ze blijven goed zitten tijdens de wandeling terug naar de auto. En met 27 kilo op de rug want ik neem klei mee voor de plantjes thuis.

De zon komt op. Misschien wel het mooiste moment van een dag.

Een testje. Blijven voetlappen net zo goed zitten als sokken? 



Meidoorn loopt uit. Nu het allerlekkerst. 










zondag 4 januari 2015

Bushcraft: boog bouwen

Wat is het moeilijkste van buiten leven? Je eten regelen. Een onderkomen is zo gemaakt, water is makkelijk drinkbaar te maken en een vuur is zo aan. En ik wil niet naar de supermarkt als ik eenmaal in de natuur zit.

Wat is de makkelijkste manier om eten te scoren? Plantjes. Ze lopen niet weg als jij aan komt lopen. Maar nu, in de winter, zijn er weinig plantjes te vinden. En we willen energie. Het is koud.

Orion, de jager, staat prominent in het firmament. Wat gaan we doen? Jagen met pijl en boog. Niet echt want dat mag niet van de wet. Terecht!

Hoe? We hebben ons laten inspireren door een artikel van Jim Allen, The 30 Minute Bow (is op internet te vinden). Een boog bouwen in 30 minuten dus. Ons principe is, is dat je jezelf moet kunnen redden als je buiten bent. Een effectieve pijl en boog kunnen maken hoort daar bij vinden wij.

Vol goede moed aan de slag. Geschikt dood hout zoeken. Alles wat we vinden breekt af als luciferhout als we het buigen: es, eik, esdoorn, hazelaar, populier. We zijn een volle middag aan het zoeken.

De volgende ochtend, tijdens het ontbijt, krijg ik een ingeving. Ik weet een dode iep te staan. We gaan er op af en zagen een tak af. De tak breekt niet! Hoopvol gaan we aan de slag. Het dikke uiteinde versmallen totdat de doorbuiging van de boog op beide helften gelijk is. De tak breekt alsnog. Te dik. Leermomentje.

Twee maanden later zoeken we de iep weer op en zagen er twee takken af. We schrapen de bast af en snijden het dikke eind bij aan de buikzijde totdat de doorbuiging in beide uiteinden ongeveer hetzelfde is. Van een stuk plastic touw maken we een boogpees. En van een hazelaartak een pijl die we voorzien van veren of een blad van een tamme kastanje.

Schieten! Het valt tegen.

Wat een pretenties! We hebben allebei nog nooit eerder een boog gemaakt. Wel hebben we een keer een pijl gefabriceerd. En dan zouden we het kunstje eens flikken in een paar dagen tijd?

In ieder geval genoeg stof om op verder te studeren.

  • J. en ik hebben dit project in twee etappes uitgevoerd, met tussenpozen van twee maanden, in een outdoor context.  
  • Tijdens de uitvoering leefden we in stuk of wat dagen in een hut (zie ander artikel in dit blog: lean-to-van-natuurlijk-materiaal.html) in een afgelegen stuk bos in Nederland. 
J. test zijn boog op de schietbaan.

Eitje bakken in de schil van een grapefruit.  


zondag 16 november 2014

Bushcraft: met kind van vier

In maart gingen wij wekelijks naar naar het bos. Ik had toen full time papadag. Een vaste routine ontstond snel. Eerst spelen in het speelbos, dan naar de hut (zie ander artikel in dit blog: lean-to-van-natuurlijk-materiaal.html), dan naar het kampeerterreintje.

Tijdens onze tocht wijs ik hem van alles aan. Gaatjes in de grond... wat zou daar in zitten? Ik roep "Hé hallo? Is er iemand thuis?..." Niemand doet open. Ik zeg dat er muizen wonen. Ik laat hem ook de keuteltjes zien. Hij vindt het leuk.

Hij baalt ervan dat de bomen stuk zijn. Er liggen een paar dikke, omgewaaide bomen op de grond. "Waarom liggen die bomen op de grond papa?" Nu maar iets vertellen over leven en dood.

Hij imiteert mijn gedrag. Onderweg naar de hut passeren we jonge beukenbomen met dood hout op pluk hoogte. Ik neem een armvol mee. Later zie ik hem dode houtjes plukken uit de bomen. "Kijk papa, voor het vuur."

Bij de hut: vuurtje stoken, worstjes bakken en rijst koken. Hij pakt zo'n lange pothaak en gaat er bladeren mee harken. Hij prikt ondertussen door het dak van de hut. Ik onderdruk een vloek en probeer duidelijk te maken dat dat niet de bedoeling is.

Vervolgens naar het kampeerterreintje waar een hele grote interessante schep staat! Hij maak kennis met de brandnetels als hij brandweerman Sam speelt die aan het abseilen is. Papa doet er wel een beetje weegbree op. "Gaat het weer jongen?" "Ja hoor papa".

We zijn bijna een dag in het bos. We vertrekken in de ochtend en zijn eind van de middag weer thuis. We hebben een toptijd.

Ik heb een toptijd.